Jan Pronk
Johannes Pieter (Jan) studeerde Economische wetenschappen aan de Nederlandse Economische Hogeschool (sinds 1973 de Erasmusuniversiteit) te Rotterdam. Na zijn studies ging hij aan de slag als wetenschappelijk medewerker van het Centrum voor Ontwikkelingsprogrammering van de Nederlandse Economische Hogeschool en van het Nederlands Economisch Instituut. Hij was er medewerker van de econoom Jan Tinbergen.
In dezelfde periode trok de politiek hem aan werd hij lid van de PvdA. Dit werd het begin van een indrukwekkende politieke en internationale carrière. In de jaren 70 was hij lid van het Nederlandse en het Europese parlement én werd hij met zijn 33 jaar de op één na jongste minister (van Ontwikkelingssamenwerking) sinds 1815! In 1980 verliet hij de Nederlandse politiek om adjunct-secretaris-generaal bij de UNCTAD te worden, de VN-conferentie voor handel en ontwikkeling, maar werd in 1986 opnieuw minister van Ontwikkelingssamenwerking.
Pronk staat bekend als “zeer principieel” en kwam hierdoor regelmatig met mensen in aanvaring. Bijvoorbeeld begin 2004: als voorzitter van Vluchtelingenorganisaties Nederland (VON) kwam hij in aanvaring met minister Verdonk (Asielbeleid), toen hij haar uitzettingsbeleid van asielzoekers het ‘deporteren van mensen’ noemde.
In juni 2004 werd Pronk bijzonder VN-gezant voor Soedan, maar na kritiek op de Soedanese overheid en strijdkrachten werd hij in oktober 2006 verzocht het land binnen 72 uur te verlaten en verliet hij deze functie.
Tijdens een lijsttrekkersdebat, nadat Pronk zich als kandidaat-voorzitter van de PvdA had gemeld noemde hij Premier Balkenende een leugenaar. Hij stelde dat Nederland “op een schandelijke wijze de Irakoorlog ingerommeld is”. Hij bood hiervoor al de volgende dag zijn excuses aan, maar werd geen partijvoorzitter.
