Admitting failure

“Admitting failure is actually quite hard. I didn’t tell many people about this.”

De bovenstaande quote is van David Bamberger, een Canadese ingenieur en ontwikkelingswerker. Onlangs gaf hij een speech over ontwikkelingssamenwerking bij een Tedx-conferentie.
Bamberger had enkele jaren gewerkt voor waterprojecten in Malawi en India. Deze projecten zijn mislukt, ondanks de beste inspanningen van Bamberger, collega’s van Engineers without Borders en andere betrokken partijen. Ontwikkelingssamenwerking is verdomd lastig.

We weten gewoon niet hoe we succesvol mensen, groepen en samenlevingen kunnen veranderen. Dit geldt voor ons eigen land, en al helemaal voor andere landen en culturen. We hebben helaas geen “Ontwikkelingssamenwerking voor dummies” die een feilloze aanpak beschrijft. De wereld is gewoon te complex.

Fouten, tegenslagen en mislukkingen zijn onvermijdelijk in ontwikkelingssamenwerking. Maar hoe gaan we hiermee om? Ontwikkelingswerkers zijn mensen. En dus praten ze liever over successen dan over tegenslagen. Maar stel nu eens dat de sector volledig open zou zijn over alle tegenslagen? Stel dat we zouden vertellen dat we het ook niet weten? Dat de meeste projecten die we lanceren mis zullen gaan, maar dat we niet weten hoe, waar of wanneer?

Dat zou bijzonder zijn. De sector zou kritiek krijgen. Ego’s zouden gekrenkt worden. Nederigheid zou vereist zijn. Maar … we zouden dan wel van elkaar kunnen leren. Ontwikkelingssamenwerking zou effectiever kunnen worden. En ik weet niet hoe het met u zit, maar ik heb sympathie voor een organisatie die toegeeft dat ze het ook niet allemaal weet. Zo’n organisatie heeft mijn steun.

Dit idee van openheid verspreidt zich – heel langzaam – in de ontwikkelingssector. Afgelopen november publiceerde Artsen zonder grenzen een kritisch rapport (“a candid examination of the compromises MSF made – some successfully others less so”) over de gesloten compromissen met lokale machthebbers tijdens humanitaire crises. Spark, een ontwikkelingsorganisatie gericht op jongeren, heeft dit idee een stap verder genomen. Jaarlijks reikt ze de “Brilliant failures”-awards uit, voor mislukte ontwikkelingsprojecten waar we juist van kunnen leren.

We vinden het allemaal lastig om fouten toe te geven en om te praten over onze mislukkingen. Succesverhalen zijn veel makkelijker en fijner om te delen. Maar juist van fouten en tegenslagen leren we het meest. Lang leve het toegeven ervan.

Harmen Breedeveld

Harmen Breedeveld

Ik ben docent economie aan de Faculteit Rechten van de Erasmus Universiteit Rotterdam en student geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Ik heb een fascinatie voor ontwikkelingssamenwerking, internationale betrekkingen en internationale economie.
Met behulp van dit blog hoop ik mijn fascinatie voor ontwikkelingssamenwerking, mijn vragen en inzichten met jullie te delen.

2 reacties

  1. Hi Harmen,

    Mooi artikel! Ik was benieuwd voor wie de oproep bedoelt is, oftewel wie is de “ontwikkelingssector”?

    Groet Freija

    Freija Vermeer
    Reply
  2. Goede vraag! Voor de sector, maar misschien wel voor ons allemaal. Het is zo menselijk dat we niet durven uit te komen voor onze mislukkingen, terwijl we daar juist het meest van kunnen leren.

    Daaraan gerelateerd, afgelopen zaterdag kwam de “message-control” van ontwikkelingsorganisaties ter sprake. Een organisatie als Hivos kan zo bovenop de berichtgeving in de media zitten, dat van een echt open discussie, ruimte voor kritiek en een openlijk bespreken van fouten (met als doel om ervan te leren en te groeien) minder goed mogelijk is. Wat denk jij?

    Harmen Breedeveld
    Reply

Reageer