The Bottom Billion

Paul Collier (British Institute of Development Studies, Sussex)

“Als je jong bent en niet links, dan heb je geen hart. Als je oud bent en niet rechts, dan heb je geen verstand.” Paul Collier, auteur van het boek The Bottom Billion, voldoet volledig aan het spreekwoord. Als student sloot hij zich aan bij “the Oxford Revolutionary Socialist Students” en hij droomde ervan om met zijn studie economie Afrika te helpen. De socialistische ideeën zijn veertig jaar later verdwenen. Collier is op zijn felst als hij zich tegen vermeende Marxistische invloeden in de Britse hulporganisatie Christian Aid keert. Ook de “headless heart” – goedbedoelde maar zwak onderbouwde pogingen van vooral Westerse NGO’s om de armen te helpen – moeten het ontgelden. Collier wil nog steeds de wereld helpen, maar de benadering is die van een harde, zakelijke econoom. Gegevens, vergelijkingen, kwantitatieve analyses en een nuchter mensbeeld vormen de ruggengraat van het boek.

The Bottom Billion is onderdeel van de grote discussie in ontwikkelingssamenwerking van de afgelopen tien jaar: kunnen “we” vanuit het Westen de armste landen helpen? Werkt ontwikkelingshulp wel? Moeten de inwoners van de armste landen het niet gewoon zelf doen? Politici, academici, bankiers en popsterren – van Tony Blair tot Jeffrey Sachs, van George Bush tot Bono – hebben zich in deze discussie geworpen. Enkele boeken zijn verplichte literatuur in dit debat: Dead Aid, van Dambisa Moyo, The White Man’s Burden van William Easterly, The End of Poverty van Jeffrey Sachs en, inderdaad, The Bottom Billion van Paul Collier.

Collier’s werk begint met de stelling dat de meeste ontwikkelingslanden de weg uit de armoede gevonden hebben. Miljarden mensen in Azië, Latijns-Amerika en Afrika hebben de kans om zich de komende decennia omhoog te werken. Dit betekent niet dat alles daar perfect is – verre van dat – maar wel dat ze kansen hebben. Een miljard mensen in een vijftigtal landen – de bottom billion – zit echter vast. Vier “traps” houden deze landen vast in armoede: binnenlandse conflicten (of de dreiging ervan), een overdaad aan grondstoffen die corruptie en conflicten in de hand werkt, zwakke overheden en een geïsoleerde ligging in combinatie met “slechte” buurlanden. Collier pleit ervoor om onze inspanningen te beperken tot deze miljard mensen en vijftig landen. Zijn analyse is niet radicaal. Adam Smith schreef al over het belang van “peace, easy taxes, and a tolerable administration of justice” voor economische groei. Collier’s neiging om eigen onderzoek te citeren is soms irritant. Maar, zijn analyse is sterk, goed onderbouwd en aangevuld met relevante voorbeelden.

Interessanter wordt het bij de oplossingen. Paul Collier stelt op meerdere plekken in zijn boek dat verandering voornamelijk vanuit de landen zelf moet komen. Het boek richt zich echter op wat het Westen kan doen en gaat hier dus snel op over. Collier heeft hier een brede blik. De wereldgemeenschap, en dan vooral het Westen, heeft vier “tools” die zij in kan zetten om de armste landen te helpen: ontwikkelingshulp, militaire interventie, wetten en codes en verbeterde toegang tot vooral Westerse afzetmarkten. Ontwikkelingshulp is het meest gebruikte middel, vooral omdat het zo gemakkelijk is om toe te passen: geld geven is snel gedaan en levert soms politiek interessante media-aandacht op. Toch heeft ontwikkelingshulp zin, alleen lang niet in alle gevallen, en zeker niet zonder de andere middelen.

De andere “tools”, militair ingrijpen, wetten en regels en verbeterde handelsmogelijkheden voor de armste landen, zijn lastiger om uit te voeren. Om verschillende redenen krijgen deze maatregelen weinig steun in Westerse landen. Dit is de grote zwakte van het boek. The Bottom Billion beschrijft wat gedaan zou moeten worden, maar niet hoe we hiervoor politiek draagvlak kunnen creëren. En dat is de echte vraag. Hoe kunnen Westerse politici beslissend en vroegtijdig militair ingrijpen in afgelegen Afrikaanse landen verkopen? Somalië, Irak, Afghanistan en Bosnië zijn krachtige beelden in dit debat. Zal het enige voorbeeld in het boek van een succesvolle interventie, die door de Britten in Sierra Leone in 2000, veel mensen overtuigen van de mogelijkheden van militaire interventie? Ik betwijfel het. Hetzelfde geldt voor verbeterde toegang van de armste landen tot Westerse afzetmarkten; durven Europese en Amerikaanse politici hun markten, vooral die voor landbouwproducten, werkelijk te openen, en de regelgeving zo vereenvoudigen dat de armste landen hier een kans maken?

Collier staat sterker als hij pleit voor internationale wet- en regelgeving. Internationale wetten en codes kunnen het bedrijfsleven en overheden (zowel in het Westen als in de armste landen zelf) stimuleren om opener en effectiever te werken. De politieke kosten van zulke maatregelen zijn beperkt en de afgelopen tien jaar heeft dit idee steun gekregen. We weten wat “blood diamonds” zijn en dat er pogingen zijn om de handel in diamanten uit conflictgebieden aan banden te leggen. Collier geeft zelf het voorbeeld van de “Extractive Industries Transparency Initiative”, een Brits initiatief waarvoor bedrijven die actief zijn in de winning van grondstoffen (olie, gas en dergelijke) kunnen tekenen. Deze bedrijven beloven meer openheid over geldstromen, contracten en activiteiten. Dit helpt in de strijd tegen corruptie en voor een beter gebruik van de opbrengsten.

The Bottom Billion is een scherpe analyse van de economische, politieke en sociale problemen waar de armste landen en armste mensen van deze wereld mee te maken hebben.  Collier’s aanval op in zijn ogen misplaatste en schijnoplossingen zijn verfrissend en dragen bij aan de discussie. Ik betwijfel of zijn voorstellen, die wel zouden kunnen werken, politiek haalbaar zijn. Toch is het boek een absolute aanrader voor een ieder die zich in het debat over ontwikkelingshulp en over de rol van het Westen hierin wil storten.

Harmen Breedeveld

Harmen Breedeveld

Ik ben docent economie aan de Faculteit Rechten van de Erasmus Universiteit Rotterdam en student geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Ik heb een fascinatie voor ontwikkelingssamenwerking, internationale betrekkingen en internationale economie.
Met behulp van dit blog hoop ik mijn fascinatie voor ontwikkelingssamenwerking, mijn vragen en inzichten met jullie te delen.

Reageer