Ontwikkeling: duurzaam succes komt van de mensen zelf

Watervoorziening in Tanzanië

Watervoorziening in Tanzanië

Ontwikkelingssamenwerking is een nobel streven. Wij, in het rijke Westen, willen mensen elders helpen om een beter bestaan op te bouwen. Met geld, kennis en inzet proberen we zo de wereld een stukje te verbeteren. Maar ontwikkelingssamenwerking is onvermijdelijk hulp van buitenaf. “Wij” helpen “daar”. Kan dat wel? Kan steun van buitenaf wel een samenleving veranderen?

Verandering is moeilijk. Stoppen met roken eindigt met een nieuwe sigaret in de hand. Studievoornemens vervliegen in het café. Plannen voor het oprichten van een bedrijf verlaten nooit de tekentafel. Maar verandering is niet onmogelijk. Sommige mensen weten dertig kilo af te vallen of een succesvol bedrijf te beginnen. Wat deze successen gemeen hebben is de motivatie en de wil van de mensen zelf: de verandering komt van binnen.

Te vaak is ontwikkelingssamenwerking steun van buitenaf. Lokale bewoners accepteren graag de hulp – want als het gratis is, waarom nee zeggen? – maar staan niet echt achter de verandering. Een goed voorbeeld hiervan is het bouwen van waterputten. Water van traditionele bronnen is vaak gevaarlijk. Het water is vervuild met ziektebacillen of zware metalen. Dit kan leiden tot ziektes en zelfs het overlijden van mensen. De oplossing: waterputten slaan.

Ook de Nederlandse regering heeft zich hiervoor ingezet. Van 1970 tot 2006 betaalde Nederland voor de aanleg van duizenden waterputten in Shinyanga, een regio in Tanzanië. Het doel was helder: de plattelandsbewoners van Shinyanga toegang tot veilig water bieden. Jarenlang hebben intelligente, capabele en betrokken projectmedewerkers geprobeerd dit voor elkaar te krijgen.

De projecten mislukten volledig. Na een paar jaar was de meerderheid van de putten buiten gebruik. De lokale bewoners misten de motivatie om zichzelf te organiseren en om de putten te onderhouden. Waarom zouden ze ook? De putten waren aangelegd door buitenstaanders. De bevolking had nooit haar stem kunnen uiten bij deze projecten. Het waren niet “hun” putten.

De projectmedewerkers, door schade en schande wijs geworden, veranderden hun aanpak in de jaren negentig. Ze richtten zich nu op het organiseren en mobiliseren van de bevolking. Putten bouwen was niet langer het hoofddoel; dat was het winnen van hearts en minds. Jaren van voorlichting, groepsvorming, training en gewenning volgden. Langzaam begon de bevolking te aspireren: ja, een schone watervoorziening is belangrijk. Ja, waterputten kunnen hier een bijdrage aan leveren. Ja, wij kunnen zélf deze putten mogelijk maken, met wat steun van de projecten. De bewoners organiseerden zichzelf in WUGs (Water User Groups, groepen van enkele tientallen families die samen één put zouden gebruiken).

Veranderingen in de watervoorziening kwamen nu veel meer vanuit de bevolking zelf. In die gebieden waar de WUGs aansloegen is de watervoorziening sterk verbeterd. Na 35 jaar Nederlandse hulp is de watervoorziening in Shinyanga nog steeds beperkt. Maar de verandering is op gang gekomen.

Shinyanga laat zien hoe langzaam en frustrerend ontwikkelingssamenwerking kan zijn. Decennia van inspanningen van buitenaf kunnen op niets uitlopen. Duurzame ontwikkeling kan alleen vanuit de mensen zelf komen. Maar goed bedoelende buitenstaanders kunnen wel die mensen die willen veranderen steunen. Ligt daar de toekomst van ontwikkelingssamenwerking?

Harmen Breedeveld

Harmen Breedeveld

Ik ben docent economie aan de Faculteit Rechten van de Erasmus Universiteit Rotterdam en student geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Ik heb een fascinatie voor ontwikkelingssamenwerking, internationale betrekkingen en internationale economie.
Met behulp van dit blog hoop ik mijn fascinatie voor ontwikkelingssamenwerking, mijn vragen en inzichten met jullie te delen.

7 reacties

  1. Interessant project en zeker een goede vraag! Het sluit wel aan bij Civic Driven Change (hier vertelde Hivos afgelopen keer bij Coolpolitics ook over).

    Het is belangrijk om de activiteiten van mensen zelf te ondersteunen ipv hen iets aan te bieden; maar ook hierin schuilt een gevaar. Wanneer een mooi klein initiatief ontstaat en ‘wij’ daar veel geld in gaan stoppen om het verder te ontwikkelen, kan het hierdoor ook heel goed verpest worden. Dus ook hiermee moet je voorzichtig zijn denk ik.

    Monique van der Zijde
    Reply
  2. Merci!

    Ik denk dat je gelijk hebt met je opmerking, dat veel geld geven aan kleine intiatieven veel schade kan aanrichten. Ik heb voor mijn onderzoek ondermeer Aat van der Wel geinterviewd. Hij is dik twintig jaar actief geweest in Tanzanië, zowel in de private sector (autoverkoop meen ik) als in ontwikkelingswerk (waterprojecten en andere zaken). Hij is zeer kritisch over de Westerse neiging om goedbedoelende mensen vol te storten met hulp. Daarmee verpesten we ze.

    Volgens hem zijn echte hervormers, mensen met de drive om de zaken echt anders te maken in Tanzanie, “met een lantaarntje te zoeken”. Hij meent dat decennia van ontwikkelingshulp een afhankelijke mentaliteit hebben gecreëerd in het land.

    Kortom, een fascinerend probleem. En tja, als je goede initiatieven niet met veel geld kan steunen als buitenstaander, wat kan je dan wel doen?

    Harmen Breedeveld
    Reply
  3. Handjes bieden! Het gaat uiteindelijk om een inititatief/project tot een goed resultaat te brengen. Er wordt veel geld gestoken in onderzoek, advies, coordinatie van projecten in het veld en in donorlanden. Maar uiteindelijk gaat om harde werkers die implementatie moeten laten slagen!

    Freija
    Reply
  4. Bedankt voor je reactie Freija!

    De vraag is natuurlijk welke handen moeten meewerken. De trend in ontwikkelingswerk is steeds meer dat lokale partners de implementatie doen. Is het wel verstandig dat wij als Westerlingen daar ontwikkelingswerk doen? Een lastige vraag.

    Harmen Breedeveld
    Reply
  5. Beste Harmen,

    Je beschrijft een fundamenteel en bekend dilemma. David Ellerman heeft er een interessant boek over geschreven: ‘Helping People Help Themselves’. Als veranderingen van binnenuit moeten komen, hoe kunnen buitenstaanders dat stimuleren? Zoals het gezegde aangeeft: je kunt een paard naar het water leiden, maar je kan het niet forceren te drinken.

    Betekend dat dan: geen hulp geven? Ik ben het eens met mijn goede vriend en collega Aart van der Wel, dat sommige (misschien wel: de meeste) hulp Tanzania geen goed heeft gedaan. Ik denk dat het antwoord ligt in ‘slimme hulp’ te geven. Slim, in de zin van te proberen die krachten in de maatschappij te steunen, die op verandering uit zijn. Dat is moeilijk en complex. Om het te illustreren met het voorbeeld dat je gebruikt van Shinyanga. Je hebt gelijk dat de Nederlandse hulp gebaseerd was aanbodgericht. Het verhaal wat je citeert uit 2001 was inderdaad een verandering en was gericht op stimulatie van de vraag. Nu, 10 jaar later, kan ik niet zeggen dat het revolutionaire resultaten heeft geboekt. Uit een recente waterputten inventarisatie blijkt dat Shinyanga het niet wezenlijk beter doet dan andere gebieden in Tanzania. Dus wezenlijke veranderingen blijven moeilijk en zijn een zaak van lange adem.

    Rinus van Klinken
    Reply
  6. Beste Rinus,

    Dank voor je reactie. Nu ben ik wel benieuwd, zijn er praktische stappen geweest in Shinyanga die volgens jou wel praktische verbeteringen hebben gebracht? Wat denk jij dat kan werken, als er al iets kan werken?

    En bedankt voor de tip over het boek van Ellerman, deze ga ik lezen!

    Harmen Breedeveld
    Reply

Reageer