Ontwikkelingssamenwerking 3.0
Ontwikkelingssamenwerking ligt onder vuur. Strijkstokken, topsalarissen en schimmige resultaten; ze doen het imago van wereldverbeteraars geen goed. Nieuwe initiatieven ontstaan vanuit een gevoel van onvrede over het ontwikkelingsbeleid. Ze horen bij een nieuwe generatie: Ontwikkelingssamenwerking 3.0.
De jongste generatie ontwikkelingswerkers wil de wereld verbeteren, maar heeft geen zin in subsidieprocedures of onvoorspelbare gulle gevers. Geen logge organisaties, maar kleinere initiatieven. De jongeren met een passie voor ontwikkelingshulp gebruiken daarvoor alle mogelijkheden die laatste internet-ontwikkelingen, Web 3.0, hen bieden.
De ontwikkeling van internet begon met Web 1.0. In die tijd waren er maar een handjevol mensen, bedrijven en organisaties die informatie op het web zette. Dat veranderde toen die eerste versie werd opgevolgd door Web 2.0. Het werd een stuk makkelijker om gegevens online te zetten door de opkomst van eenvoudig te bouwen websites en weblogs. Volgens kenners is er sinds 2010 sprake van Web 3.0 en verwacht wordt dat deze laatste versie tot 2020 het internet zal overheersen. Web 3.0 kenmerkt zich door interactie, met als voorbeeld sociale media zoals Twitter. Met één druk op de knop bereik je niet alleen je vrienden maar ook bedrijven, overheden en intergebruikers aan de andere kan van de wereld. Informatie bewaar je niet meer op je eigen computer maar op servers wereldwijd. Tegenwoordig schermen mensen hun leven steeds minder af op internet, waardoor openbare én geheime informatie via het web binnen handbereik van miljoenen internetgebruikers ligt.
Ontstaan van Ontwikkelingssamenwerking 3.0
Wat heeft de ontwikkeling van het internet te maken met ontwikkelingssamenwerking? Het internet en ontwikkelingssamenwerking hebben ongeveer dezelfde ontwikkeling doorlopen. Ook ontwikkelingssamenwerking begon als een eenzijdige aangelegenheid. Westerse landen boden in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw hulp aan ontwikkelingslanden in de vorm van geld, goederen en diensten.
Net zoals bij Web 2.0 nam het aantal aanbieders van ontwikkelingshulp daarna toe. Het aantal non-gouvernementele organisaties (NGO’s) die zich bezig hielden met armoedebestrijding steeg snel. Men stemde het ontwikkelingsbeleid steeds meer af op de behoeften van derdewereldlanden. Ook ontwikkelingssamenwerking 3.0 kenmerkt zich door interactie en technologie. Denk daarbij aan crowdfunding, open-sourcetechnologie, mobiele technologie in ontwikkelingslanden en kleine innovatieve sociale ondernemingen. Zo kan iedereen door crowdfunding aan ontwikkelingssamenwerking doen. Zonder omweg steun je bijvoorbeeld een boer in Nicaragua of een moeder in Vietnam. Door middel van opensource-techieken hoeft een ziekenhuis in Angola niet meer te wachten tot er een Westerse gezondheidszorg-expert hen een bezoek brengt. Die expertise kan wereldwijd gedeeld en verbeterd worden, zodat iedereen kan profiteren in plaats van één ziekenhuis.
Toekomst
Web 3.0-toepassingen gaan onze samenleving de komende tien jaar een ander gezicht geven en dat geldt ook voor de ontwikkelingssamenwerking. De technologische ontwikkelingen stellen ons ook voor uitdagingen, zoals op het gebied van privacy. Waar informatie wordt gedeeld, is de kans op misbruik aanwezig. Ook nog lang niet iedereen in ontwikkelingslanden beschikt over een computer, internet of (mobiele) telefonie.
Nieuwe technieken als open-source en mogelijkheden met de in ontwikkelingslanden opkomende markt van mobiele telefoons staan nog in de kinderschoenen. Als de nieuwe 3.0 ontwikkelingsvormen hun nut bewijzen, nemen grotere ontwikkelingsorganisaties de werkvormen wellicht over. Zo’n trendontwikkeling maakte het microkrediet al eerder mee. Kleine leningen voor lokale bevolking werden voor het eerst verstrekt door de Bengalees Mohammad Yunus in de jaren zeventig. Tegenwoordig verstrekken ruim 7000 ontwikkelingsorganisaties een microkrediet in ontwikkelingslanden. Als het aan de nieuwe generatie wereldverbeteraars ligt gaat Ontwikkelingssamenwerking 3.0 dezelfde toekomst tegemoet.
Foto: Search Engine People Blog